Rb. Breda 6 mei 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BI6100

OB. Reikwijdte vrijstelling artikel 11, aanhef en eerste lid, onderdeel i, 3°, van de Wet OB. In het onderhavige geval dient het geheel van de werkzaamheden van belanghebbende naar het oordeel van de rechtbank te worden aangemerkt als het beheer van door beleggingsfondsen c.q. beleggingsmaatschappijen ter collectieve belegging bijeengebrachte vermogens, nu het niet gaat om handelingen die een afzonderlijk geheel vormen en kenmerkend en essentieel zijn voor bedoeld beheer, maar om het beheer in zijn geheel. Hieraan doet naar het oordeel van de rechtbank niet af de omstandigheid dat verschillende tot het beheer behorende werkzaamheden apart in een overeenkomst zijn gespecificeerd en evenmin dat de te ontvangen vergoeding voor bepaalde onderdelen van de werkzaamheden afzonderlijk wordt bepaald.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen