Rb. Breda 3 maart 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BI0174
Belanghebbende is autohandelaar. Hij kocht onder meer auto’s in bij Duitse leveranciers. Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld naar, met name, de toepassing van de margeregeling. De toepasselijkheid van deze regeling moet door de wederverkoper aannemelijk gemaakt worden door middel van zijn administratieve vastleggingen en de daarbij bewaarde relevante bescheiden, waaronder de inkoopverklaringen. De inkoopverklaring dient om de bewijspositie van belanghebbende te verlichten, doch behoeft niet doorslaggevend te zijn. Voor de toepassing van de margeregeling rusten, behoudens het afgeven van een inkoopverklaring, niet meer, of zwaardere administratieve verplichtingen op de wederverkoper dan op andere (omzet)belastingplichtigen. Belanghebbende is in de op haar rustende bewijslast geslaagd. De administratie kon dienen voor de vaststelling van belanghebbendes verplichtingen met betrekking tot de omzetbelasting. Van alle onder de margeregeling ingekochte auto’s bevond zich een dubbel van de inkoopverklaringen in de administratie van belanghebbende, welke inkoopverklaringen voldeden aan de daaraan gestelde eisen. Voorts heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat ter zake van de auto’s door de leveranciers op enigerlei wijze omzetbelasting als voorbelasting is afgetrokken.
De uitspraak op rechtspraak.nl