Rb. Breda 20 februari 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BH4455
Bouwvergunning en vrijstelling bestemmingsplan artikel 19, tweede lid, WRO voor nieuwbouw vrijstaande woning. Verzoek om schorsing verleende bouwvergunning afgewezen. De omstandigheid dat het bestemmingsplan recent is vastgesteld, maakt niet dat verweerder geen gebruik heeft mogen maken van zijn vrijstellingsbevoegdheid. Verweerder heeft naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid vrijstelling van het bestemmingsplan verleend. Met die onderdelen van het bouwplan, waarvoor vrijstelling is verleend, wordt niet zodanig afbreuk gedaan aan het groene karakter van de wijk, dat om die reden geen vrijstelling had mogen worden verleend. Het bestemmingsplan maakt immers de bouw van grote villa’s mogelijk. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan te nemen dat verweerder een onjuiste of onrechtmatige procedure heeft gevolgd. Van strijd met de Bouwverordening is de voorzieningenrechter niet gebleken. De commissie Welstand en Monumenten heeft aan haar positieve welstandsadvies een deugdelijke motivering ten grondslag gelegd. Nu verzoekers geen deskundig tegenrapport hebben overgelegd, ziet de voorzieningenrechter geen twijfel om aan het oordeel van de commissie te twijfelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 15 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 17 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 19a Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 44 Wonw
- Artikel 46 Wonw
- Artikel 50 Wonw
- Artikel 8:81 Awb
- Artikel 8.17 Invoeringswet Wro
- Artikel 9.1.10 Invoeringswet Wro
- Artikel 9.5.1 Invoeringswet Wro