Rb. Breda 9 januari 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BH1367
Buitenlandse pensioenregeling kwalificeert niet als vrijgestelde aanspraak in de zin van de Wet LB 1964 Belanghebbende is een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde Ltd die zich bezig houdt met onder meer het uitzenden van werknemers naar andere landen, waaronder naar Nederland. Voor haar uitgezonden werknemers is een speciaal voor de uitzending ingestelde pensioenregeling van kracht, die geen voortzetting is van eerdere pensioenregelingen van de betreffende werknemers en na terugkeer in het Verenigd Koninkrijk weer wordt stopgezet. Belanghebbende heeft niet verzocht om de pensioenregeling te laten aanwijzen als een zuivere buitenlandse pensioenregeling (art. 19d Wet LB 1964). De rechtbank is van oordeel dat de betreffende pensioenregeling niet kwalificeert als vrijgestelde aanspraak voor de toepassing van de Wet LB 1964, omdat niet aan de wettelijke voorwaarden voor vrijstelling is voldaan. Evenmin is sprake van schending van het vrije verkeer van werknemers, omdat zich de situatie dat een reeds bestaande pensioenregeling niet zou worden gerespecteerd, zich hier niet voordoet. Ook is geen sprake van ongelijke behandeling, omdat ook in binnenlandse situaties een niet-kwalificerende pensioenregeling tot het belastbare loon wordt gerekend. Het beroep is in zoverre ongegrond (maar omdat een ander geschilpunt reeds tot gegrondverklaring leidde, luidt het dictum dat het beroep gegrond is).
De uitspraak op rechtspraak.nl