Rb. Breda 9 oktober 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BG5132
Alsnog fiscale eenheid OB, waardoor boetegrondslag en boete nihil zijn Belanghebbende heeft ter zake van verleende prestaties aan haar dochtervennootschappen te weinig omzetbelasting op aangifte voldaan. De inspecteur heeft, naar aanleiding van de ontvangen suppletie-aangifte een naheffingsaanslag omzetbelasting met boete (50%) opgelegd. Belanghebbende is alleen tegen de boete in beroep gekomen. In het beroepschrift is ook de boetegrondslag in geding. De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake was van een fiscale eenheid tussen belanghebbende en de dochtervennootschappen, waardoor de belasting niet is verschuldigd en dat de gefactureerde belasting evenmin is verschuldigd op grond van artikel 37 Wet OB. Nu de boetegrondslag nihil bedraagt, heeft de rechtbank de boete vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl