Rb. Breda 17 juli 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0040
Belanghebbende exploiteert een landbouwonderneming die bestaat uit een melkveetak, een varkenstak en een akkerbouwtak. In 1998 en 1999 is het volledige melkquotum verkocht. Voor de in 1999 behaalde boekwinst is een vervangingsreserve gevormd. De melkveetak is in 2003 gestaakt. In geschil is of de vrijval van de in 1999 gevormde reserve dient te worden aangemerkt als winst behaald met of bij staking. De rechtbank acht aannemelijk dat het laten varen van het herinvesteringsvoornemen in het onderhavige geval het onmiddellijke gevolg is van en onlosmakelijk samenhangt met het besluit om de melkveetak te staken. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de vrijval van de herinvesteringsreserve tot de stakingswinst moet worden gerekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl