Rb. Breda 9 juni 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5969

Belanghebbende en haar zuster zijn de enige erfgenamen van hun overleden tante. Tot de nalatenschap behoren aandelen in een B.V., ter zake waarvan de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten van de Successiewet worden toegepast. Een deel van de waarde van de aandelen is aangemerkt als voorwaardelijk onbelast geconserveerde waarde, het andere deel is aangemerkt als belast geconserveerde waarde. Aan belanghebbende is in dat verband één conserverende aanslag in het recht van successie opgelegd. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet verplicht was voor beide delen een afzonderlijke conserverende aanslag op te leggen, maar dat bij één aanslag mocht doen. De inspecteur heeft daarmee niet gehandeld in strijd met artikel 37, tweede lid, van de Wet. Verder is de rechtbank van oordeel dat de conserverende aanslag zodanig is vormgegeven dat het voor belanghebbende duidelijk moet zijn geweest dat deze betrekking had op zowel de voorwaardelijk onbelast, als de belast geconserveerde waarde. De andersluidende opvatting van belanghebbende deelt de rechtbank niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen