Rb. Breda 22 mei 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BD5746

In geschil is of het restitutieverzoek bouwleges terecht is afgewezen. Bij de aanvraag moet aangetoond worden dat dagelijks toezicht op de bouw plaatsvindt door een opzichter die in dienst is van degene die de directie voerde, niet zijnde de aannemer. De bewijslast hiervan rust op belanghebbende. Indien aan die bewijslast is voldaan rust vervolgens op verweerder de bewijslast dat later is gebleken dat gedurende het bouwproces geen dagelijks toezicht overeenkomstig het vorenstaande plaatsvindt. De rechtbank is van oordeel dat de enkele getuigenverklaring van de architect dat hij niet elke dag op de bouw aanwezig was, voor dat bewijs onvoldoende is. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken dat sprake is geweest van een voldoende toezicht op de bouw door een opzichter die in dienst is van degene die de directie voerde, niet zijnde de aannemer. Voor een dagelijks toezicht is niet vereist dat de toezichthouder feitelijk dagelijks op de bouw aanwezig is geweest maar voldoende is dat op de bouw een zodanig toezicht is dat het gebouw voldoet aan de in de vergunning gestelde voorwaarden en de veiligheid tijdens de bouw in acht wordt genomen. Dit toezicht kan mede bestaan uit activiteiten ten behoeve van het coördineren van het bouwproces. Het restitutieverzoek is ten onrechte afgewezen .

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen