Rb. Breda 7 december 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BC4499

Door medewerkers van de Belastingdienst is een “Handboek Carrouselfraude” (Handboek) opgesteld. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat er gewichtige redenen zijn om het Handboek in zijn geheel, dan wel gedeeltelijk, voor belanghebbende geheim te houden op grond van artikel 8:29 van de Awb. De rechtbank acht, gelet op de belangenafweging die artikel 8:29 vraagt, volledige geheimhouding van het Handboek niet gerechtvaardigd. De rechtbank acht het geheimhouden van de delen van het Handboek, op grond van de gewichtige redenen die zij aan de zijde van de inspecteur heeft onderkend, wel gerechtvaardigd. De gemachtigde heeft nog bezwaar gemaakt tegen het feit dat de nadere invulling van hetgeen naar het oordeel van de inspecteur geheim diende te blijven in zijn afwezigheid heeft plaatsgevonden. De rechtbank is echter van oordeel dat de inspecteur zijn gewichtige redenen voor geheimhouding in volle omvang en in volledige vrijheid kenbaar moet kunnen maken. De rechtbank oordeelt dat het in overeenstemming is met doel en strekking van artikel 8:29 van de Awb en bovendien niet in strijd met een goede procesorde, om het vorenomschreven belang van de inspecteur in het onderhavige geval zwaarder te laten wegen dan het beginsel van “equality of arms” of het beginsel van hoor en wederhoor.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen