Rb. Breda 13 augustus 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BB2618

"Voortijdige aflossing op een overbedelingsschuld door erflaatster, binnen 180 dagen van haar overlijden, is belast op grond van artikel 12 Succesiewet (Sw). Erflaatster heeft een recht van gebruik tot haar overlijden gekregen (van een renteloze schuld welke eerst opeisbaar was bij overlijden van erflaatster) van hetgeen haar is overbedeeld bij overlijden van haar echtgenoot. Door binnen 180 dagen voorafgaande aan haar overlijden deze overbedelingsschuld ten gunste van belanghebbende partieel af te lossen is voldaan aan het bepaalde in artikel 12 Sw. Dat niet voortijdig aflossen tot een ander voor belanghebbende gunstiger resultaat zou leiden doet daar niets aan af, evenmin of toepassing van artikel 12 Sw onredelijk zou zijn. Het recht van gebruik dient op grond van het bepaalde in artikel 18 Sw aangemerkt te worden als een recht van vruchtgebruik en gewaardeerd te worden overeenkomstig artikel 21, leden 1 en 8 Sw juncto artikel 5 en 10 van het Uitvoeringsbesluit Sw. Gezien de leeftijd van erflaatster is bij de waardering van het recht van vruchtgebruik gerekend met een factor 4. Belanghebbendes stelling dat gezien de gezondheidstoestand van erflaatster, op het moment van de successierechtelijke verkrijging ex art 12 Sw, een lagere factor meer in de rede zou liggen, vindt geen steun in het recht aangezien de wetgever in artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit Sw gekozen heeft voor een waardering welke onafhankelijk is van de feitelijke gezondheidstoestand. Beroep ongegrond"

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen