Rb. Breda 12 juli 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BB1072
Op grond van art. 67d AWR kan bij primitieve aanslag alleen dan een vergrijpboete worden opgelegd wanneer sprake is van opzet, waaronder begrepen voorwaardelijke opzet. In casu kan belanghebbende worden verweten dat zij onzorgvuldig is geweest door haar aangiftebiljet te ondertekenen alvorens het aan haar boekhouder te overhandigen en nadien de door de boekhouder opgestelde aangifte niet te controleren. Echter, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2006 (nr. 40 369, BNB 2007/151) is de inspecteur er niet in geslaagd om (voorwaardelijke) opzet aan de zijde van belanghebbende aannemelijk te maken.
De uitspraak op rechtspraak.nl