Rb. Breda 5 juni 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BB0313
Belanghebbende woont in Nederland en werkt in Duitsland. Zij wordt door de Douane aangehouden als zij met haar auto met buitenlands kenteken gebruik maakt van de weg in Nederland op het traject gelegen tussen de grens en haar woning. De ambtenaar deelt haar o.a. mede dat zij binnen twee weken een vrijstellingsvergunning dient aan te vragen en dat tot het moment van afhandelen geen bezwaar bestaat tegen het gebruik van de weg in Nederland op eerder vermeld traject. Belanghebbende heeft de vrijstelling aangevraagd en wordt na enige tijd ten tweede male door de Douane aangehouden. De inspecteur legt een naheffingsaanslag en boete op. De rechtbank concludeert tot vernietiging van de naheffingsaanslag en boete en overweegt daarbij dat de inspecteur het in rechte te honoreren vertrouwen heeft geschonden dat door de mededeling van de controlerend ambtenaar ten tijde van de eerste constatering bij belanghebbende is gewekt. Voorts overweegt de rechtbank dat hij daarmee in conflict is gekomen met het evenredigheidsbeginsel. De beslissing van de inspecteur om de belastingaanslag op te leggen en te handhaven staat in geen enkele redelijke verhouding tot de omstandigheden waaronder is geconstateerd dat belanghebbende van de weg in Nederland gebruik heeft gemaakt
De uitspraak op rechtspraak.nl