Rb. Breda 13 juni 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7493

Werknemer werkte voor 15 uren per week en de bedongen eigen arbeid was de functie van Thuishulp A. Na een verkeersongeluk werd enige tijd geen arbeid verricht, waarna werknemer voor 9 uren per week hervatte in passende arbeid in de aangepaste functie Thuishulp A en voor de resterende 6 uren arbeidsongeschiktheidsuitkering kreeg toegekend, welke uitkering echter per 6 maart 2006 werd beëindigd. Werkgever zegde met CWI-toestemming op en schreef in de opzeggingsbrief: “Aangezien een arbeidsverhouding niet deelbaar is, beëindigen wij uw dienstverband in zijn geheel, waarna wij u een nieuwe arbeidsovereenkomst aanbieden voor 9 uren per week. Deze nieuwe arbeidsovereenkomst zult u binnenkort ontvangen”. De kantonrechter honoreert de vordering van werknemer, gebaseerd op een kennelijk onredelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst, daarbij mede in aanmerking nemend dat de eigenlijke aanleiding voor de opzegging is gelegen in de omstandigheid dat werkgever werknemer niet voor meer dan 9 uren per week te werk kon stellen in voor haar passende arbeid. Omdat aanvaarding van het door werkgever gedane omscholingsaanbod voor werknemer op enigerlei wijze een instemming met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor 6 uren per week zou hebben ingehouden, kan niet worden geoordeeld dat werknemer dit gedane aanbod redelijkerwijs niet had mogen weigeren. Dat werkgever in de opzeggingsbrief al een aanbod aankondigde voor een nieuwe arbeidsovereenkomst met een arbeidsomvang van 9 uren per week, doet er niet aan af dat de opzegging waardoor de onderhavige arbeidsovereenkomst per 1 maart 2007 volledig eindigde, in dit geval kennelijk onredelijk wordt geoordeeld. De kantonrechter wijst een vergoeding toe van € 5.000,00.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen