Rb. Breda 3 april 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BA2506

Voor het verbouwen van het voormalige kantongerecht in Bergen op Zoom tot hospice is onder meer een monumentenvergunning nodig. Na negatief advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg heeft vergunninghouder de plannen aangepast, maar geen nieuwe aanvraag ingediend. B en W hebben op basis van de oude aanvraag beslist, maar gaan ervan uit dat de vergunning ziet op de gewijzigde plannen. Daarmee is volstrekt onduidelijk waarop de vergunning ziet en kan reeds daarom het bestreden besluit geen stand houden. Onduidelijk is ook of alle vergunningplichtige werkzaamheden in de aanvraag zijn opgenomen. Voor het verbouwingsplan is tevens een sloopvergunning voor bouwwerken in een beschermd stads- en dorpsgezicht aangevraagd. B en W hebben de beslistermijnen voor deze aanvraag met meer dan 10 maanden overschreden zodat een sloopvergunning van rechtswege is ontstaan. Eisers hebben hiertegen niet tijdig bezwaar aangetekend. Omdat zij niet bekend waren met de aanvraag is de termijnoverschrijding verschoonbaar. Het standpunt van verweerders dat de sloopvergunning moet worden verleend als zich geen weigeringsgrond voordoet is onjuist. Als er geen weigeringsgronden zijn, moeten zij een afweging maken van de bij de voorgenomen sloop betrokken belangen. In het bijzonder komt dan gewicht toe aan het belang van schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde van (groepen van) onroerende zaken in het beschermde stadsgezicht. Verweerders hebben die afweging niet gemaakt, de beroepen zijn ook daarom gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen