Rb. Breda 31 augustus 2006, ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ1023

Belanghebbende is in het onderhavige jaar geëmigreerd. Aan belanghebbende is een conserverende aanslag opgelegd ter zake van pensioenaanspraken en lijfrenteaanspraken. Ten aanzien van de pensioenaanspraken is de rechtbank van oordeel dat de conserverende aanslag in combinatie met het vervallen van het verleende uitstel, slechts kan leiden tot belastingheffing ter zake van het uitkeren van het pensioen na belanghebbendes emigratie. De wettelijke regeling leidt ertoe dat Nederland eenzijdig het heffingsrecht over pensioenuitkeringen van inwoners van de Filippijnen - gedeeltelijk - naar zich toetrekt. In zoverre dient de conserverende aanslag te worden verminderd. Ten aanzien van de lijfrenteaanspraken is de rechtbank van oordeel dat de conserverende aanslag in stand dient te blijven omdat het in de toekomst eventueel belasten van de afgetrokken lijfrentepremies als negatieve uitgaven ter zake van een inkomensvoorziening niet met zich meebrengt dat Nederland eenzijdig een heffingsrecht naar zich toe trekt. Dit omdat dergelijke negatieve inkomensuitgaven geen “items of income” zijn waarop het belastingverdrag ziet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen