Rb. Breda 23 augustus 2006, ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ0675
Inlenersaansprakelijkheid. Belanghebbende terecht aansprakelijk gesteld voor de loonheffing ter zake van ingeleend personeel. Ter zitting concludeert de ontvanger dat voor wat betreft de toepassing van het anoniementarief matiging plaats dient te vinden op grond van de door belanghebbende overgelegde gegevens aangaande de relatie tussen de identiteit en het loon van de ingeleende werknemers. De rechtbank oordeelt dat onweersproken vaststaat dat belanghebbende door het UWV niet aansprakelijk is gesteld voor de sociale verzekeringspremies en acht het niet aannemelijk dat enige naheffing van sociale verzekeringspremie nog zal plaatsvinden. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is dat belanghebbende op correcte wijze gebruik heeft gemaakt van de G-rekening. Van afspraken als bedoeld in artikel 34, paragraaf 6 van de Leidraad invordering 1990 is haar niet gebleken. De aansprakelijkheidschuld moet derhalve worden verminderd met het totaal van belanghebbendes stortingen op de G-rekening en niet met 50% daarvan zoals door de ontvanger bepleit.
De uitspraak op rechtspraak.nl