Rb. Breda 21 april 2006, ECLI:NL:RBBRE:2006:AX0821

Dochtervennootschappen die deel uitmaken van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting, zijn terecht aansprakelijk gesteld voor een aan de moedermaatschappij opgelegde voorlopige aanslag vennootschapsbelasting, nu aan de holding geen uitstel van betaling was verleend en zij in gebreke was met betaling. De omstandigheid dat de moeder bezwaar had gemaakt tegen het niet verlenen van uitstel en dat dat bezwaar later door de Directeur gegrond is verklaard, doet daar niet aan af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen