Rb. Breda 17 maart 2006, ECLI:NL:RBBRE:2006:AV7350

Het Europees kampioenschap voetbal 2000 kent een eigen fiscaal regime bestaande uit een praktische regeling van de ministers van financiën van België en Nederland, en een tijdelijke wettelijke bepaling in de loonbelasting; artikel 26c. Bij het uitvoeren van deze regeling blijkt de belastingdienst ten aanzien van de meeste buitenlands belastingplichtigen te volstaan met de heffing van 18% loonbelasting, aangiften inkomstenbelasting worden, op een enkele na, niet uitgereikt. Aan belanghebbende, eveneens buitenlands belastingplichtige, wordt wel een aangifte inkomstenbelasting uitgereikt en worden de inkomsten uit het kampioenschap belast volgens het normale tarief. De rechtbank is het hier niet mee eens. Nu het beleid bij de belastingdienst erop gericht was bij de buitenlands belastingplichtige te volstaan met de heffing loonbelasting moet dit ook bij belanghebbende gebeuren. De heffing van inkomstenbelasting over de inkomsten uit het kampioenschap worden gemaximeerd op 18%.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen