Rb. Breda 18 juli 2005, ECLI:NL:RBBRE:2005:AU2267
Blijkens (Europese) jurisprudentie bestaat bij overgang van onderneming in de zin van Boek 7, Titel 10, Afdeling 8 van het BW niet langer een arbeidsovereenkomst tussen de overdragende partij en de werknemer. Hoewel rechten en verplichtingen uit een arbeidsovereenkomst op het tijdstip van overgang van rechtswege overgaan op de verkrijgende werkgever, eindigt toch de arbeidsovereenkomst tussen de overdragende partij en de werknemer door die overgang. In casu is van belang dat met de verkrijgende onderneming een nieuwe arbeidsovereenkomst is gesloten. Als eiser geen loonsverlaging had geaccepteerd bij de overgang van onderneming was faillissement waarschijnlijk en daarmee een groter beroep op het werkloosheidsfonds. Ook strookt deze uitspraak met de bedoeling van artikel 17 van de Dagloonregels waarmee wordt beoogd te voorkomen dat de werknemer die werk tegen lager inkomen accepteert onder omstandigheden wordt benadeeld tegenover de collega die werkloos blijft. (zie ook LJN: AK7002, gepubliceerd in RSV 1985,119.
De uitspraak op rechtspraak.nl