Rb. Breda 6 oktober 2004, ECLI:NL:RBBRE:2004:AR7399
Premiejaar 2002. Eiseres wijst op CRvB van 31-05-01, LJN-nummer AB 2836 en meent dat bij premielonen rekening moet worden gehouden met dagen waarop geen arbeid is verricht. Verweerder acht die uitspraak niet van toepassing vanwege te beperkte uitleg van “loondagen”. Het geschil behelst m.n. de vraag of bij de premievaststelling het juiste aantal loondagen is betrokken en art. 9 CSV juist is uitgelegd. Verweerder heeft ten onrechte betekenis ontzegd aan de CRvB-uitspraak van 31-05-01 en miskent aldus de positie van een in hoogste instantie oordelende rechter in het Nederlands rechtsbestel. Niet kan uitleg van een dergelijke rechter worden genegeerd, hoe goed ook onderbouwd. Dus volgt vernietiging met, gelet op de Ministeriële Regeling van 3-2-04, houdende verduidelijking van het begrip dagen waarover de werknemer loon heeft genoten als bedoeld in art. 9 CSV, instandlaten van de rechtsgevolgen. Die Regeling, die nadere regels omtrent “loondagen” geeft, moet worden aangemerkt als algemeen verbindend voorschrift en werkt terug t/m 1-01-95. De terugwerkende kracht is niet in strijd met de rechtszekerheid en leidt niet tot aantasting van gerechtvaardigde verwachtingen. De Regeling correspondeert immers met de interpretatie van art. 9 CSV tot de CRvB-uitspraak van 31-05-01.
De uitspraak op rechtspraak.nl