Rb. Breda 23 juli 2003, ECLI:NL:RBBRE:2003:AL7764
Als een consumentenkrediet vervroegd wordt opgeëist, verzet artikel 44 lid 2 van de Wet op het consumentenkrediet zich ertegen, dat vanaf de datum van de opeisbaarheid zowel een vertragingsrente, gelijk aan de overeengekomen rente, als een vergoeding wegens vervroegde aflossing (boeterente) wordt gevorderd (vgl. Hof Den Bosch 4-12-1995, NJ 1996, 575). In deze zaak vordert de bank de boeterente voorwaardelijk naast de vertragingsrente. Naar het oordeel van de rechtbank is echter ook dan sprake van een niet toegestane cumulatie van vorderingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl