Rb. Breda 5 september 2003, ECLI:NL:RBBRE:2003:AL1492
Art. 1, lid 1, sub d Regeling Agressieve Dieren / "muilkorf" in de zin der wet Tegen verdachte is proces-verbaal opgemaakt, aangezien haar als gevaarlijk aangemerkte honden geen muilkorf droegen, iets wat volgens de geldende APV wel verplicht is. Ter zitting is zijdens verdachte meegedeeld dat de honden wel gemuilkorfd waren, aangezien zij kunststof snuitbanden droegen, zijnde een samenstel van banden met sluiting welke om de snuit van de hond wordt bevestigd. Deze dienen volgens verdachte als alternatief voor een muilkorf aangemerkt te worden. Tevens wijst verdachte erop dat in het spraakgebruik onder het begrip muilkorf ook voorzieningen worden begrepen die een soortgelijke functie hebben. Artikel 1, lid 1, sub d van de Regeling Agressieve Dieren bepaalt dat een muilkorf over de snuit van een hond moet zijn aangebracht, welke niet zonder toedoen van de mens kan worden verwijderd en welke zodanig is ingericht dat de korf een afgesloten ruimte vormt. Dit sluit aan bij het doel van de regeling, te weten het onmogelijk maken dat gevaarlijke dieren schade of hinder kunnen veroorzaken door bijten, ook indien deze dieren niet (langer) onder controle staan van een mens. Nu de door verdachte gebruikte voorzieningen geen afgesloten maar opengewerkte ruimte vormen om de bek van de hond, voldoen zij niet aan hetgeen is bepaald in artikel 1, lid 1, sub d van de Regeling Agressieve Dieren. De kantonrechter constateert derhalve dat de honden ten tijde van de overtreding geen muilkorven droegen in de zin van de wet. Mitsdien is verdachte strafbaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl