Rb. Breda 30 augustus 2000, ECLI:NL:RBBRE:2000:AA9880
De staatssecretaris is bij besluitvorming niet gebonden aan mogelijk van de zijde van de gemeente gewekte verwachtingen. Analogie met jurisprudentie inzake Wet individuele huursubsidie. Verlenen aanvullende subsidie ten behoeve van restauratie Hervormde kerk van f 120.201,-. In geschil is of verweerder terecht het in het op 16-06-1997 in werking getreden Brrm 1997 neergelegde percentage van 70% heeft toegepast in plaats van het in het voormalige Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten neergelegde percentage van 80 %. Het Brrm (oud) en het Brrm 1997 eisen voor toekenning van een aanvullende subsidie een (vervolg)aanvraag. Aan het primaire besluit ligt geen aanvraag van de eigenaar van het monument ten grondslag. Derhalve heeft verweerder eiser subsidie toegekend zonder dat aan de formele vereisten van het Brrm (oud) en het Brrm 1997 was voldaan. Bij eiser zijn, door de bestuurspraktijk waarbij geen vervolgaanvraag werd geëist, verwachtingen gewekt omtrent (volledige) toekenning van de gevraagde subsidie. Voorts zijn door de gemeente fouten gemaakt. De brief met betrekking tot verdeling van het beschikbare budget is op een zodanig laat tijdstip ingediend bij verweerder dat het subsidiepercentage van het Brrm 1997 diende te worden toegepast en eiser is onvoldoende geinformeerd over de inwerkingtreding van het Brrm 1997 en het overgangsrecht. De door de gemeente gewekte verwachtingen en gemaakte fouten kunnen evenwel et aan verweerder worden toegerekend. Gelet op de jurisprudentie van de ABRS betreffende de Wet individuele huursubsidie moet worden geconstateerd dat de staatssecretaris bij de besluitvorming niet is gebonden aan mogelijk van de zijde van de gemeente gewekte verwachtingen. Eiser heeft niet erop mogen vertrouwen dat verweerder (alsnog) het in het Brrm (oud) neergelegde subsidiepercentage van 80% zou toepassen. Ongegrond beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl