Rb. Breda 24 oktober 2000, ECLI:NL:RBBRE:2000:AA8477

Aan subsidieverlening openbaar onderwijs verbonden voorwaarde tot het aanbieden van een programma voor levensbeschouwelijke vorming in strijd met artt. 50 en 51 WPO. Aan een openbare basisschool is subsidie toegekend. Aan de subsidieverlening zijn voorwaarden verbonden, waaronder de voorwaarde dat voor elke groep ten minste één kunstdiscipline aan bod dient te komen en dat in alle groepen een programma voor levensbeschouwelijke vorming dient te worden aangeboden. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat door het stellen van de subsidievoorwaarde tot aanbieding van levensbeschouwelijk onderwijs van eiseres meer gevraagd wordt dan volgt uit haar wettelijke in art. 51 van de WPO omschreven taak op dit punt. Blijkens de parlementaire stukken heeft de wetgever met art. 50 van de WPO beoogd dat indien ouders van leerlingen wensen dat hun kinderen godsdienst- of vormingsonderwijs ontvangen, het bevoegd gezag verplicht is daaraan mee te werken, maar geen verantwoordelijkheid draagt voor de inhoud van dit onderwijs, noch voor de wijze waarop het wordt gegeven noch voor de keuze van leermiddelen die worden gebruikt. Dit werd een zaak geacht voor de in art. 51 van de WPO genoemde instellingen. Anderzijds wordt eiseres met het stellen van de in geding zijnde voorwaarde niet verplicht tot het nemen van de verantwoordelijkheid die de wetgever niet bij haar heeft willen leggen, aangezien zij immers niet verplicht kan worden de subsidie te aanvaarden. Echter de subsidiebeschikking is zodanig geredigeerd dat voormelde vrije keus van eiseres op onaanvaardbare wijze is beperkt. Dit omdat het totale subsidiebedrag afhankelijk is gemaakt van het al dan niet voldoen aan de verplichting tot het aanbieden van levensbeschouwelijk onderwijs, zulks terwijl dit totale subsidiebedrag ook bedoeld is als subsidie voor andere doeleinden. Het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek, verweerder. mr. van der Poel

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen