Rb. Assen 5 juni 2012, ECLI:NL:RBASS:2012:BX0198
Aan eiseres is vanaf 2 mei 2010 (één jaar voor de datum van de aanvraag) alsnog een Wajong-uitkering toegekend, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100 %. Partijen zijn slechts verdeeld over de ingangsdatum van de Wajong-uitkering aan eiseres. De vraag die ter beoordeling voor ligt is of verweerder terecht de uitkering met toepassing van art. 3:29, lid 2 Wet Wajong heeft doen ingaan één jaar voor de datum van de laatste aanvraag of dat, zoals eiseres wil, de uitkering per 1 november 2004 wordt toegekend. Rb.: De Rb. stelt vast dat in gevallen als deze een onderscheid moet worden gemaakt tussen de situatie waarin er sprake is van een aanvraag tot toekenning van een uitkering dan wel de voortzetting van een uitkering, zoals bedoeld in art. 3:29, lid 2 Wet Wajong en de situatie waarin eerder is besloten over de uitkering en verzocht wordt om terug te komen op dat besluit. Naar het oordeel van de Rb. heeft art. 3:29, lid 2 Wet Wajong tot strekking om verweerder te beschermen tegen de aanspraak op een uitkering die tot ver in het verleden terugwerkende kracht zou moeten krijgen in de situaties waarin het de aanvrager vrij stond om eerder een aanvraag te doen maar dat om de hem moverende redenen heeft nagelaten. In het onderhavige geval echter waarin door eiseres eerder een aanvraag is gedaan maar waarin door verweerder een onjuiste medische beoordeling is gedaan en deze onjuiste beoordeling niet aan eiseres kan worden verweten, ziet de Rb. geen grond om de rechten van eiseres te beperken tot een jaar terugwerkende kracht zonder dat art. 3:29, lid 2 Wet Wajong dit uitdrukkelijk bepaalt. Derhalve heeft verweerder ten onrechte toepassing gegeven aan art. 3:29, lid 2 Wet Wajong.
De uitspraak op rechtspraak.nl