Rb. Assen 24 november 2011, ECLI:NL:RBASS:2011:BU9975

Blijkens recente jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem dient het in artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht omschreven criterium beperkt te worden uitgelegd. Voor een misdrijf als hier bedoeld, is vereist dat de dreigende uiting is voorafgegaan, vergezeld, of gevolgd door niet-verbaal handelen dat naar zijn aard agressief is jegens de bedreigde. Voor de vraag of in het onderhavige geval sprake is van een gemaximeerde dan wel een niet gemaximeerde TBS maatregel acht de rechtbank van doorslaggevend belang dat voornoemde veroordeling van veroordeelde (wegens de poging tot doodslag op [naam van zijn ex-echtgenote]) in een te ver verwijderd verband (ook in tijd) staat tot onderhavig misdrijf waarvoor de TBS is opgelegd (de bedreiging van [slachtoffer]) om voornoemde poging tot doodslag aan te merken als aan die bedreiging voorafgaand niet-verbaal agressief handelen. De rechtbank laat daarbij tevens meewegen de omstandigheid dat de poging tot doodslag niet gericht was op de persoon tegen wie de bedreiging, blijkens de bewezenverklaring, gericht was. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van terbeschikkingstelling niet is opgelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen als bedoeld in artikel 38e eerste lid Wetboek van Strafrecht. Derhalve is ingevolge dezelfde wettelijke bepaling de duur van de opgelegde maatregel beperkt tot vier jaar. Nu de maatregel is ingegaan op 21 november 2005, is de termijn van vier jaar inmiddels verstreken en staat de wet de gevorderde verlenging niet toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen