Rb. Assen 18 januari 2011, ECLI:NL:RBASS:2011:BQ4350

Bijzondere bewijsoverweging met betrekking tot het primair tenlastegelegde De raadsman van verdachte heeft onder meer als zijn uitdrukkelijk standpunt aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna WVW 1994), omdat de vaststelling van schuld zoals bedoeld in artikel 6 WVW 1994 volgens vaste jurisprudentie dient te worden geabstraheerd van de gevolgen van het ongeval. Het enige dat vaststaat aan bijzondere omstandigheden in dit geval is dat verdachte in de veronderstelling verkeerde dat hij een snelweg opreed. Hij was niet vermoeid of afgeleid noch was er sprake van andere omstandigheden die hem kunnen worden verweten. De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende. Bij de vaststelling van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 komt het aan op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat niet in zijn algemeenheid valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van deze bepaling. Voor culpa is meer nodig dan het veronachtzamen van de voorzichtigheid en oplettendheid die van een normaal oplettende bestuurder mag worden verwacht. Voorts is van belang dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van met verkeersregels strijdig verkeersgedrag die schuld kan worden afgeleid (HR 1 juni 2004, NJ 2005, 252). In casu kan uit het tenlastegelegde feit dat verdachte, als bestuurder van een bestelauto, direct bij het oprijden van de N34 op de (linker-)rijstrook bestemd voor het tegemoet komende verkeer is gaan rijden en daar in botsing is gekomen met de door [slachtoffer 1] bestuurde auto, naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat verdachte zich zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen. Dat niet van bijkomende of aanvullende verwijtbare gedragingen of omstandigheden is gebleken doet hier niet aan af. De ten laste gelegde gedraging, het op de verkeerde weghelft gaan rijden en tengevolge daarvan een ongeval veroorzaken, is voldoende om schuld op te leveren. De overige omstandigheden van het geval, te weten dat het laat in de avond was, dat het donker was, dat verdachte niet bekend was met de verkeerssituatie ter plaatse, dat het redelijk druk was op de weg alsmede dat het een autoweg betreft waar relatief hard gereden wordt, maken dat van de bestuurder extra voorzichtigheid mag worden verwacht. Dat verdachte ondanks voornoemde omstandigheden zich niet heeft gerealiseerd dat hij een tweebaansweg op reed en vervolgens direct op de linker rijbaan voor het tegemoet komende verkeer is gaan rijden, is hem derhalve des te meer te verwijten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen