Rb. Assen 13 september 2010, ECLI:NL:RBASS:2010:BV2528

Vrijspraak De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. De rechtbank constateert dat zich in het dossier een verklaring bevindt van [G1] inhoudende dat hij [verdachte] heeft getipt dat er bij [S1] veel geld te halen viel en dat hij, [G1], voor 90% zeker weet dat [medeverdachte 1] ook bij de overval betrokken was. Voorts bevindt zich in het dossier een verklaring van [G2] die verklaart dat zij twee overvallers heeft gezien en dat zij denkt dat het Antillianen zijn. Nadat haar een foto (nr. 16) van verdachte [medeverdachte 1] wordt getoond zegt zij dat dit één van de overvallers zou kunnen zijn. Verdachte (foto 17) herkent zij niet. De rechtbank overweegt dat het hiervoor vermelde onvoldoende aanknopingspunten biedt om overtuigend te bewijzen dat verdachten [medeverdachte 1 en verdachte] de overval aan [adres plaats delict] daadwerkelijk hebben gepleegd. De rechtbank neemt in haar overwegingen mee dat aangever [S1] de overvallers slechts heeft beschreven als donkere mannen, vermoedelijk Antillianen. Met aangever [S1] heeft geen fotoconfrontatie plaats gevonden. Gelet hierop zal de rechtbank verdachte vrijspreken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen