Rb. Assen 8 juli 2010, ECLI:NL:RBASS:2010:BN0702
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen alsmede gelet op het verhandelde ter zitting overweegt de rechtbank dat verweerder zijn standpunt dat geen sprake was van een stabiele en stevige werkplek en dat dus artikel 3.28, eerste lid, van het Arbobesluit is overtreden, motiveert door het gegeven dat het onderhavige ongeval zich heeft voorgedaan. Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie onder meer de uitspraak van 6 januari 2010, LJN: BK8361) dat aan de bewijsvoering en motivering die ten grondslag liggen aan het opleggen van een punitieve sanctie zoals thans in geding, strenge eisen dienen te worden gesteld. In het licht daarvan acht de rechtbank niet bewezen dat geen sprake was van een stabiele en stevige werkplek, nu met het gegeven dat het in geding zijnde ongeval zich heeft voorgedaan niet wordt bewezen dat de glasplaten op zich niet stabiel en stevig zouden zijn. Immers, niet valt uit te sluiten dat de betreffende glasplaat is gebroken door onvoorzichtig/ondeskundig handelen van de betrokken werknemer(s), bijvoorbeeld door niet met de achterkant, maar met de punt van een schroevendraaier op de glasplaat te slaan. Aangezien verweerder (ter zitting) niet heeft aangeboden alsnog bewijs te leveren dat geen sprake is van een stabiele en stevige werkplek en ook overigens niet is gebleken dat dit bewijs er nog kan komen, ziet de rechtbank aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het bezwaar gegrond te verklaren, het besluit in primo te herroepen en dit besluit in te trekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl