Rb. Assen 14 april 2010, ECLI:NL:RBASS:2010:BM0548

In deze zaak is Bureau Jeugdzorg Drenthe belast met de tijdelijke voogdij over de minderjarige kinderen tot het moment waarop de testamentaire voogdij is aangevangen. De testamentair voogd heeft zich bereid verklaard de voogdij over voornoemde minderjarigen te aanvaarden en heeft bij verzoekschrift verzocht om Bureau Jeugdzorg Drenthe te ontslaan uit de tijdelijke voogdij. Bureau Jeugdzorg heeft gemotiveerd verweer gevoerd en verzocht tot afwijzing van het verzoek van de man. De rechtbank gaat voorbij aan het verweer dat de man de voogdij niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 2 weken na overlijden van de moeder heeft aanvaard. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat ongeacht de zorgen van Bureau Jeugdzorg dit geen grond is voor afwijzing van het verzoek van de man. Voorts kan de rechtbank niet ambtshalve de kinderen onder toezicht stellen zoals door Bureau Jeugdzorg Drenthe verzocht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen