Rb. Assen 18 februari 2010, ECLI:NL:RBASS:2010:BL5270
Er zijn door eiser deels fouten/slordigheden gemaakt/begaan. Dit levert naar het oordeel van de rechtbank plichtsverzuim op. Eiser erkent ook dat van enig plichtsverzuim sprake is geweest. De rechtbank is evenwel van oordeel dat dit plichtsverzuim niet zodanig ernstig is, dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag daaraan evenredig kan worden geacht. Daartoe neemt de rechtbank in aanmerking dat de dubbele verantwoording slechts op een beperkt deel van de door eiser voor de N.P.A. gewerkte tijd betrekking heeft, dat van opzet bij eiser geen sprake is geweest, alsmede het feit dat de dubbele verantwoording werd vergemakkelijkt door het door verweerder gebruikte systeem. Voorts betrekt de rechtbank hierbij het gegeven dat eiser 33 jaar goed heeft gefunctioneerd. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het bestreden besluit, voor zover betrekking hebbend op het strafontslag, in rechte geen stand kan houden en voor vernietiging in aanmerking komt. Met betrekking tot het ongeschiktheidsontslag overweegt de rechtbank dat verweerder eiser een verbeterkans had moeten bieden. Niet is gebleken dat eiser niet over de vereiste eigenschappen, mentaliteit of instelling zou beschikken die maken dat het bieden van een verbeterkans niet zinvol zou zijn. Te meer niet, nu eiser 33 jaar goed heeft gefunctioneerd waarbij eiser het gebracht heeft tot inspecteur van politie. Het bestreden besluit kan, ook daar waar het de subsidiaire ontslaggrond betreft, de rechterlijke toets niet doorstaan en dient ook om die reden te worden vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl