Rb. Assen 4 februari 2010, ECLI:NL:RBASS:2010:BL2373

Gesteld is dat de beëindiging van de loongerelateerde WGA-uitkering in strijd is met het ILO Verdrag 121 (hierna Verdrag) en wel in het bijzonder met artikel 9 van dit Verdrag. Hetgeen zou moeten leiden tot het onverbindend verklaren van artikel 59 van de Wet WIA wegens strijd met artikel 9 van het Verdrag. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit niet leiden tot gegrondverklaring van het beroep. De Wet WIA maakt geen onderscheid naar de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid. De rechtbank stelt echter vast dat het Verdrag specifiek ziet op die werknemers die (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn geworden tengevolge van een arbeidsongeval en beroepsziekte. Namens eiser is de stelling naar voren gebracht dat de WIA, juist doordat er geen onderscheid wordt gemaakt naar de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid, moet voldoen aan de waarborgen van, onder andere, artikel 9 van het Verdrag. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Niet valt in te zien dat verdragsbepalingen die specifiek zien op de situatie van arbeidsongeschiktheid door arbeidsongevallen of beroepsziekten rechtstreekse werking hebben - en derhalve kunnen worden ingeroepen – in een situatie waarvoor deze verdragsbepalingen niet zijn geschreven, te weten arbeidsongeschiktheid anders dan door een arbeidsongeval of een beroepsziekte. Naar het oordeel van de rechtbank zien de door eiser ingeroepen verdragsbepalingen niet op de onderhavige situatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen