Rb. Assen 16 oktober 2009, ECLI:NL:RBASS:2009:BK0580

De (voorzieningenrechter van de) rechtbank oordeelt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de natuur- en landschapfuncties. Dat, zoals verzoekers stellen, een alternatief tracé mogelijk is en tot minder overlast voor de natuur leidt. maakt niet dat verweerder het besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid. Artikel 3.16 van de Wro gaat uit van een limitatief-imperatief vergunningenstelsel, zodat een aantal bezwaren van verzoekers (overlast in verband met het uitlaten van honden en gebruik als fiets- en brommerpad) niet bij de beoordeling kunnen worden betrokken. De afwegingen die ingevolge de toepasselijke bestemmingsplannen (Schieven en Buitengebied in voorbereiding) moeten worden gemaakt, is door verweerder verricht. Dat verzoekers een andere afweging maken, betekent niet dat die van verweerder ondeugdelijk is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen