Rb. Assen 1 oktober 2009, ECLI:NL:RBASS:2009:BJ9317
De ruimtelijke onderbouwing van het primaire vrijstellingsbesluit volstond met een verwijzing naar bestemmingsplan “Buitengebied Diever Partiële herziening ten behoeve van verplaatsing van een grondgebonden agrarisch bedrijf naar Kalteren in Wapse. Nu, gelet op de schorsing van het plan, vooralsnog moet worden aangenomen dat het plan wegens strijd met het recht niet in stand kan blijven, dient ook de ruimtelijke onderbouwing van het primaire vrijstellingsbesluit rechtens gebrekkig te worden geacht. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter stond het verweerder evenwel vrij dit gebrek te herstellen door de ruimtelijke onderbouwing in het besluit op bezwaar aan te vullen. In het thans bestreden besluit op bezwaar heeft verweerder beoogd het gebrek te herstellen door de motivering van de door GS op 29 mei 2009 verleende vergunning als bedoeld in artikel 19d van de Nbw 1998 over te nemen (en dus tot de zijne te maken). De vraag of verweerder met de verwijzing naar de vergunning op grond van de Nbw 1998 het gebrek op dit punt voldoende heeft hersteld, dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter ontkennend te worden beantwoord. Vaststaat dat uit artikel 19j van de Nbw 1998 voortvloeit dat bij de voorbereiding van het plan zelfstandig, los van een vergunning op grond van artikel 19d Nbw 1998, moet worden beoordeeld of realisering van de boerderij met mini-camping in Kalteren, waarop het plan ziet, significante gevolgen heeft voor het beschermd gebied waarop de Nbw 1998 van toepassing is. Nu het vrijstellingsbesluit tot realisering van hetzelfde resultaat leidt als het plan, dient dit vereiste van een zelfstandige beoordeling van de gevolgen van realisering van de melkveehouderij met mini-camping voor het DFW ook te gelden bij de besluitvorming omtrent verlening van vrijstelling. Het bovenstaande betekent dat in deze procedure omtrent het vrijstellingsbesluit dient te worden getoetst of de in dit besluit uit de Nbw-vergunning overgenomen conclusie, dat geen significante gevolgen van de vestiging van de melkveehouderij met mini-camping voor het DFW zijn te verwachten, op voldoende zorgvuldig onderzoek berust en voldoende deugdelijk is gemotiveerd. Daarvan is de voorzieningenrechter niet gebleken.
De uitspraak op rechtspraak.nl