Rb. Assen 18 augustus 2009, ECLI:NL:RBASS:2009:BJ5399

Verdachte heeft verklaard dat hij de doek die hij in de sporthal aantrof in brand heeft gestoken omdat hij deze als lichtbron wilde gebruiken. Het lampje op zijn mobiele telefoon, waarmee hij zich bijlichtte, zou volgens verdachte bijna uit zijn omdat de accu van zijn telefoon vrijwel leeg was. De doek, zo stelt verdachte, vatte echter zo snel vlam dat verdachte deze liet vallen waarna de doek in de doos met andere doeken viel die vervolgens ook in brand vlogen. De rechtbank acht deze lezing van de gang van zaken niet aannemelijk. Immers, uit de verklaring van verdachte en de verklaringen van de getuigen blijkt dat verdachte het aansteken van de doek met zijn telefoon heeft gefilmd. Nadat hij de sporthal had verlaten heeft verdachte met een vriendin een joint gerookt. Daarna is hij naar huis gegaan waar hij het filmpje vol trots aan zijn vrienden heeft laten zien. Hieruit blijkt dat de batterij van de telefoon van verdachte niet leeg is geweest. Verdachte heeft nadat de doeken in brand stonden evenmin pogingen ondernomen om de brand te blussen of de brandweer te waarschuwen, hetgeen, indien de brand (zoals verdachte stelt) een ongelukje zou zijn geweest, toch voor de hand had gelegen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte de doek, zijnde een voorwerp dat daartoe niet bestemd is, opzettelijk in brand heeft gestoken, als gevolg waarvan de sporthal gedeeltelijk is afgebrand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen