Rb. Assen 20 mei 2009, ECLI:NL:RBASS:2009:BI6368

Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep volgt dat er bijzondere gevallen denkbaar zijn waarin de strikte toepassing van wettelijke voorschriften van dwingendrechtelijke aard in die mate in strijd komt met het ongeschreven recht, dat zij op grond daarvan geen rechtsplicht kan zijn. De rechtbank is van oordeel dat in de onderhavige zaak van een dergelijke situatie sprake is, omdat een redelijke uitleg van het Bijdragebesluit, mede gelet op het doel van de wachttijdregeling, in dit concrete geval mee brengt dat geen toepassing had moeten worden gegeven aan artikel 14 van het Bijdragebesluit, maar aan de artikelen 4, derde lid, en artikel 6, eerste lid onder b en onder 2, van het Bijdragebesluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen