Rb. Assen 3 september 2008, ECLI:NL:RBASS:2008:BG7274
Primair moet worden vastgesteld dat op grond van de stuitingregels geen sprake is van verjaring van de vordering van eiseres. Ingevolge artikel 7:683 lid 1 BW verjaart een vordering tot schadevergoeding uit artikel 7:681lid 1 BW na verloop van zes maanden. De brief die (pas op 5 juli 2007) vijf maanden na beeindiging van de arbeidsovereenkomst (met toestemming van het CWI) door de gemachtigde van eiseres is gestuurd in samenhang met de brief die de gemachtigde van eiseres weer vijf maanden (28 december) later stuurde, heeft de verjaring gestuit ingevolge artikel 3:317 lid 1 BW. Inhoudelijke beoordeling leidt overigens niet tot de conclusie dat hier sprake is van kennelijk onredelijk ontslag. Vaststaat dat namens eiseres pas bij de brief van 5 juli 2007 voor het eerst melding is gemaakt van omstandigheden die volgens eiseres het ontslag kennelijk onredelijk maken. Vastgesteld wordt dat eiseres heeft verzuimd concrete en controleerbare gegevens in het geding te brengen en dat zij tot in het laatste stadium van de procedure niet ten minste aannemelijk heeft gemaakt dat haar arbeidsongeschikteid iets te maken heeft gehad met haar werk en/of werkomstandigheden.
De uitspraak op rechtspraak.nl