Rb. Assen 16 mei 2008, ECLI:NL:RBASS:2008:BD7629
Verweerder heeft het inrichtingsplan ‘Waterberging-Natuur voor Roden-Norg’ goedgekeurd. Gelet op het feit dat het inrichtingsplan een zekere toekomstvisie behelst met betrekking tot het gebied dat valt onder het inrichtingsplan, kan het inrichtingsplan worden beschouwd als een beleidsplan waarin vorm en richting wordt gegeven aan een nieuw waterbeleid. Gelet op het beleidsmatige karakter van het inrichtingsplan staat met de vaststelling en goedkeuring daarvan niet vast dat de waterberging ook daadwerkelijk zal worden gerealiseerd op exact de wijze en in de omvang zoals staat omschreven in het inrichtingsplan. Hieruit volgt dat de beoordeling die verweerder dient te maken in het kader van het al dan niet afgeven van een goedkeuringsbesluit slechts een marginale toets betreft. Hierbij dient door de rechtbank tevens in aanmerking te worden genomen dat de Wsw geen materiële eisen stelt aan besluiten van waterschapsbesturen en verweerder een vereiste goedkeuring slechts mag onthouden, indien sprake is van strijd met het recht of het algemeen belang. Bij de rechtbank ligt dan ook slechts voor of verweerder in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat geen sprake is van strijd met het recht of het algemeen belang. De aangevoerde beroepsgronden kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet afdoen aan de conclusie dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat er geen sprake is van strijd met het recht of het algemeen belang. Zo is onder meer niet gebleken dat verweerder op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat Flora- en Faunawet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Voorts hebben de door eisers aangevoerde argumenten uitsluitend betrekking op het particulier belang van eisers. Voor zover deze belangen van eisers worden geraakt, staat daarmee niet vast dat ook het algemeen belang in gedrang komt.
De uitspraak op rechtspraak.nl