Rb. Assen 25 april 2007, ECLI:NL:RBASS:2007:BA3955
DTS, een uitzendonderneming die geen lid is van de uitzendkoepels ABU of NBBU, heeft eiser als uitzendkracht in de functie van torenkraanmachinist ter beschikking gesteld van inlenende werkgever(s) in de bouw.De arbeidsovereenkomst tussen DTS en eiser wordt op grond van artikel 8 lid 1 dan wel 3 WAADI in combinatie met de uitzendbepaling van de CAO voor de Bouwnijverheid beheerst door de bepalingn van de CAO voor de Bouwnijverheid. DTS wordt gehouden geacht de normen van de CAO voor de Bouwnijverheid toe te passen op de door eiser gevorderde beloningscomponenten. Het loonverhoudingsvoorschrift van artikel 8 lid 1 WAADI is gebaseerd op het rechtsbeginsel "" gelijke arbeid gelijk loon"" . Het 2e en 3e lid maken slechts uitzondering op die hoofdregel ingeval van een van toepassing zijnde CAO, hetzij direct van toepassing op de uitzendovereenkomst (lid2) hetzij op de inleen-CAO die daartoe de in lid 3 vermelde specifieke (uitzend)bepalingen moet bevatten. Vastgesteld wordt dat de door de inlener te betalen vergoeding aan de uitlener daar op is gebaseerd, maar dat een uitzendkracht rechtens zelf van de inlener geen betaling conform de inleen-CAO kan vorderen.
De uitspraak op rechtspraak.nl