Rb. Assen 11 oktober 2006, ECLI:NL:RBASS:2006:AZ1058
Het geschil betreft gesloten overeenkomsten tussen een in Duitsland gevestigde verkoper en een in Nederland gevestigde koper. Als aan de koper voorlopige surseance van betaling wordt verleend, vraagt de verkoper de door haar geleverde goederen terug, wegens onbetaalde facturen en met een beroep op het overeengekomen zijn van eigendomsvoorbehoud. Daar wordt -met een beroep op de afkoelingsperiode- geen gehoor aan gegeven. Een deel van de goederen was op dat moment reeds in machines verwerkt en een deel zou nog worden verwerkt. De koper wordt vervolgens failliet verklaard. In het kader van een activa-transactie, verkoopt de curator onder andere de door de verkoper geleverde goederen aan een derde. Deze betaalt de koopsom volledig aan de boedel. Vraagpunten: 1. Het toepasselijk recht bij voormelde internationale koop (dus: tussen een in Duitsland gevestigde verkoper en een in Nederland gevestigde koper) in geval van een verleende voorlopige surseance van betaling en het daarop volgend faillissement van de koper. 2. Het verlengde eigendomsvoorbehoud naar Duits recht en de vraag naar ongerechtvaardigde verrijking in geval van faillissement van de Nederlandse koper. 3. Onrechtmatig handelen bewindvoerder/curator q.q. en pro se.
De uitspraak op rechtspraak.nl