Rb. Assen 19 juli 2006, ECLI:NL:RBASS:2006:AY5671

Verweerder heeft gelet op het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 18 augustus 2004 ( Sb 2004) en het arbeidspatroon van eiser, zowel arbeid in wisselende diensten als nachtarbeid aan eiser geduid. De rechtbank is hierover allereerst van oordeel dat het uitgangspunt van het Sb 2004 dat ook indien de belanghebbende voorheen geen onregelmatigheidstoeslag ontving, functies op andere uren van de dag of de week waarvoor een toeslag wordt betaald kunnen worden geduid, niet strijdig is met het bepaalde in artikel 18, eerste en achtste lid, van de WAO. Dit betekent dat arbeid in wisselende diensten, waarvoor een toeslag wordt betaald, aan eiser kon worden geduid. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen ook functies waarin ’s nachts dient te worden gewerkt, aan eiser worden geduid. De rechtbank overweegt hiertoe dat nachtarbeid een structureel onderdeel uitmaakte van eisers arbeidspatroon nu hij weliswaar gelet op de omvang van zijn totaal te werken uren, slechts een gering aantal uren ’s nachts werkte (2,28 van de 40,69), maar dit wel regelmatig deed. Het voorgaande brengt mee dat aan eiser functies zijn geduid die, doordat er toeslagen voor wisselende diensten en nachtwerk worden betaald, een relatief hoge loonwaarde kennen. Verweerder heeft dit dan ook als belangrijkste verklaring gegeven voor het verschil tussen de door eiser gevonden lonen en de lonen waarvan verweerder uitgaat. Voorts heeft verweerder ter zitting uiteengezet dat uit de arbeidsmogelijkhedenlijst, die onderdeel uitmaakt van het procesdossier, blijkt hoe het arbeidspatroon van de geduide functie is. Aangegeven wordt of er overdag, in het weekend, ’s avonds en/of ’s nachts moet worden gewerkt en of dit in wisselende diensten geschiedt. Gelet op het Sb 2004 en het arbeidspatroon van eiser voordat hij ziek werd, wordt het loon in de onderhavige procedure bepaald door medetelling van toeslagen voor nachtarbeid en onregelmatige diensten. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat er in de CBBS-systematiek een reëel loon voor de geduide functies wordt gehanteerd omdat uitgegaan wordt van een, gelet op de betreffende cao-bepalingen, gemiddeld samengesteld uurloon. Eiser heeft door hem gevonden loongegevens overgelegd die beduidend liggen onder de uurlonen van de door verweerder geduide functies. Deze zijn echter zodanig ongespecificeerd, met name blijkt niet dat er daarbij rekening is gehouden met onregelmatigheidstoeslagen en nachtarbeid, dat onvoldoende gedocumenteerd is bestreden dat verweerder van onjuiste gegevens is uitgegaan. Zoals uit het vooroverwogene al blijkt, is hierbij vooral van belang dat verweerder aan eiser functies met toeslagen heeft kunnen duiden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende deugdelijk gemotiveerd en inzichtelijk gemaakt hoe de gehanteerde lonen zijn samengesteld en hoe het verschil met de door eiser gevonden lonen te verklaren is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen