Rb. Arnhem 22 november 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BY6305

Bezwaar tegen aanhoudingsbesluit bouwvergunning eerste fase terecht wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Van de juistheid van dit besluit, dat in rechte onaantastbaar is en verweerder ook zelf niet heeft herroepen, dient te worden uitgegaan. Eiseres beroept zich dienaangaande ook op de rechtszekerheid en betoogt dat, nu verweerder in dat aanhoudingsbesluit heeft geoordeeld dat de bouwaanvraag niet in strijd was met het bestemmingsplan, verweerder van dat oordeel niet meer mocht terugkomen. Gelet op een uitspraak van de ABRS van 19-09-2007, LJN: BB3847, mag verweerder slechts terugkomen van dat oordeel omtrent de strijdigheid met het bestemmingsplan indien sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden dan wel een door een derde gemaakt bezwaar. Gegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen mededeling dat een bouwvergunning van rechtswege tot stand is gekomen. De mededeling dat de bouwvergunning van rechtswege is verleend, is ten onrechte gedaan, want de bouwaanvraag is in strijd met het bestemmingsplan. Voormelde uitspraak van de Afdeling van 19 september 2007, bezien in samenhang met het in rechte vast staand aanhoudingsbesluit van 4 maart 2009, staat niet aan dit oordeel in de weg. De vraag of sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan in het kader van de beoordeling of van rechtswege een bouwvergunning is ontstaan, vergt immers een afzonderlijke beoordeling van de rechter, zoals volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling, bijvoorbeeld een uitspraak van 23 september 2009, LJN: BJ8275. Het oordeel van verweerder, ook als dat in rechte vaststaat en temeer als het is gegeven via een aanhoudingsbesluit, is aldus niet doorslaggevend. Voorts zou anders in strijd met de wet een bouwvergunning ontstaan en dat strookt niet met vaste rechtspraak van de Afdeling, onder meer een uitspraak van 3 juni 1988, LJN: AN0396, dat in strijd met de wet geen bouwvergunning kan worden verleend. Bovendien was in dit geval sprake van een bezwaar van een derde. Indien verweerder in bezwaar tot het oordeel komt dat geen bouwvergunning van rechtswege is ontstaan, dient het de bezwaren niet niet-ontvankelijk te verklaren omdat geen besluit in de zin van de Awb voorligt. In navolging van de uitspraak van de Afdeling van 6 oktober 2010, LJN: BN9548, dient in een dergelijk geval het bezwaar gegrond te worden verklaard en te worden bepaald dat de mededeling dat de bouwvergunning van rechtswege is verleend, ten onrechte is gedaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen