Rb. Arnhem 22 oktober 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BY2368
De conclusie is dat met ingang van 1 oktober 2012 de krachtens artikel 19 IW 1990 aangevangen dwanginvordering onder de SVB op de aan eiseres toekomende AOW-ouderdomspensioenuitkering geschorst zal worden tot de helft van het bedrag van de beslagvrije voet van artikel 475d Rv verminderd met een tiende deel daarvan krachtens de tweede volzin van het eerste lid van artikel 19 IW 1990, zulks totdat de bevoegde bodemrechter anders zal hebben beslist bij niet noodzakelijkerwijs onherroepelijk vonnis in een binnen één maand na heden door eiseres in te stellen verzetprocedure ex artikel 17 IW 1990. Daarnaast bepaalt de voorzieningenrechter dat deze schorsing vervalt indieneiseres niet binnen één maand na heden deze verzetprocedure aanvangt, alsook indien niet binnen achttien maanden na heden hierin einduitspraak wordt gedaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl