Rb. Arnhem 30 mei 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BY0614
De rechtbank zal de vordering tot betaling wegens de borgtocht bij eindvonnis afwijzen. Wat de geldlening betreft verschillen partijen van mening of de tussen hen gesloten overeenkomst van geldlening is geëindigd. Heineken stelt dat deze niet is geëindigd en maakt daarom aanspraak op betaling van de restant hoofdsom met rente en (zoals de rechtbank begrijpt, tot dat moment) op nakoming van het bierafnamebeding en boetes wegens de schending van dat beding in het verleden De rechtbank zal gezien het voorgaande de vordering tot betaling ter zake van de geldleenovereenkomst bij eindvonnis afwijzen. Verder stelt de rechtbank vast dat de geldleningsovereenkomst per 26 november 2006 is geëindigd. Daarmee eindigde ook de in die overeenkomst opgenomen bierafname verplichting. De vordering tot veroordeling van gedaagde conventie/eiser reconventie om in de toekomst aan dat beding te voldoen, zal om die reden bij eindvonnis eveneens worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl