Rb. Arnhem 30 augustus 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BX8019

Opheffing executoriaal beslag. DUO heeft voor de studieschulden van beslagene executoriaal beslag gelegd op het salaris van beslagene onder haar werkgever. Aan het litigieuze executoriaal loonbeslag zijn door DUO twee dwangbevelen ex artikel 4:114 Awb ten grondslag gelegd. Partijen verschillen van mening over de juiste manier van betekening en dus de rechtsgeldigheid van deze dwangbevelen. Beslagene heeft periodes in Duitsland gewoond. Het eerste dwangbevel is betekend aan het verkeerde adres van beslagene in Nederland zodat dit dwangbevel niet ten grondslag kan worden gelegd aan het loonbeslag. Het tweede dwangbevel is aan beslagene betekend op de wijze van artikel 56 Rv op een adres in Duitslad. Ook als zou worden uitgegaan van de juiste wijze van betekening van dit tweede dwangbevel en dus van de rechtsgeldigheid ervan, dan nog is er reden om het loonbeslag op te heffen. Immers, er kan namelijk hooguit voor het bedrag van het tweede dwangbevel, vermeerderd met de hierop betrekking hebbende rente en (executie)kosten, beslag worden gelegd. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is voldoende duidelijk geworden dat uit hoofde van het loonbeslag een zodanig bedrag is ingehouden op het salaris van beslagene, dat het voor de hand ligt alsnog aan te nemen dat met het reeds geïnde bedrag de vordering waarvoor beslag had mogen worden gelegd in zijn geheel is voldaan. Dit betekent dat het loonbeslag reeds hierom niet genadhaafd kan blijven en dus moet worden opgeheven, wat er ook zij van de juiste manier van betekening van het tweede dwangbevel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen