Rb. Arnhem 24 juli 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BX2798

Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten; in staat is gebleven meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen, als bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet Wajong. UWV heeft zich bij afwijzing arbeidsondersteuning gebaseerd op arbeidsverleden betrokkene. De rechtbank overweegt dat de beoordeling van hetgeen iemand met arbeid kan verdienen – de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling – in beginsel plaatsvindt aan de hand van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een arbeidskundig onderzoek. Uit de tekst van de Wet Wajong noch uit de Memorie van Toelichting bij deze wet blijkt dat de wetgever bij de vaststelling of de jonggehandicapte in staat is gebleven meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen heeft beoogd te breken met dit uitgangspunt. Nu geen sprake was van de uitzonderingssituatie dat betrokkene jarenlang zonder noemenswaardige uitval heeft gefunctioneerd in arbeid en er geen contra-indicaties zijn dat deze arbeid geschikt is te achten voor betrokkene, heeft UWV dan ook ten onrechte afgezien van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen