Rb. Arnhem 31 mei 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BW7234

1. wraking tijdig. Nu er geen door de voorzitter en de griffier vastgesteld proces-verbaal van de uitspraak op het bezwaarschrift in het dossier aanwezig is en de rechters tegen wie dit verzoek zich richt bij de behandeling van het wrakingsverzoek niet aanwezig waren en dus niet hebben kunnen bevestigen dat dezelfde bewoordingen zijn gebruikt, kan de wrakingskamer niet vaststellen dat verzoeker de in de schriftelijke beschikking gebruikte bewoordingen ook al bij de mondelinge uitspraak heeft kunnen vernemen. Derhalve kan de wrakingskamer niet uitsluiten dat verzoeker de grond voor wraking eerst bij het ontvangen van de beschikking op het bezwaarschrift bekend is geworden. 2. wraking afgewezen. artikel 262 Sv-procedure. De enkele omstandigheid dat dezelfde rechters van de rechtbank die over het bezwaarschrift tegen de dagvaarding hebben geoordeeld en dat bezwaarschrift ongegrond hebben verklaard, brengt niet mee dat de rechters daarmee niet meer een ‘impartial tribunal’ zijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Uit de beschikking van de raadkamer blijkt dat de rechters het bezwaarschrift summier hebben getoetst zoals de wet en vaste jurisprudentie voorschrijven. De vraag ten aanzien van de bewezenverklaring ligt pas na een inhoudelijke behandeling voor aan de strafkamer van de rechtbank en is thans nog niet aan de orde. De rechters hebben hier bij de toets op het bezwaarschrift naar het oordeel van de wrakingskamer niet op vooruit gelopen. Van bijzondere omstandigheden is in het onderhavige geval naar het oordeel van de wrakingskamer dan ook niet gebleken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen