Rb. Arnhem 21 maart 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BW0636
Hoewel geen van beide partijen zich hierop heeft beroepen – de curator stelt zich op het standpunt dat nooit is volgestort en Signus B.V. c.s. stellen zich op het standpunt dat meteen bij de oprichting is volgestort – stelt de rechtbank ambtshalve de vraag aan de orde of de tijdelijke tekortkoming in de administratie ten aanzien van de vordering op Signus in de periode tussen de oprichting en de uitvoering van de volstorting kan worden aangemerkt als een onbelangrijk verzuim, dat ingevolge de derde zin van artikel 2:248 lid 2 BW niet in aanmerking wordt genomen voor het onweerlegbaar aannemen van een kennelijk onbehoorlijke taakuitoefening van het bestuur en voor het wel weerlegbare vermoeden dat dit een belangrijke oorzaak was van het faillissement.
De uitspraak op rechtspraak.nl