Rb. Arnhem 18 mei 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BQ7707
Gedaagde heeft, door substantiële geldbedragen aan de bankrekening van GS te onttreken, feitelijke betalingsonmacht gecreëerd bij GS en daarmee onrechtmatig jegens eiseres gehandeld. Daarvan valt hem persoonlijk een ernstig verwijt te maken. Het overleggen van vele producties (door gedaagde) zonder enige toelichting leidt ertoe dat de rechtbank aan die producties voorbijgaat. Vorderingen grotendeels toegewezen.