Rb. Arnhem 10 april 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3934
Het geschil van partijen spitst zich toe op de vraag voor wiens rekening het moet komen dat de oplevering van het werk is vertraagd. Partijen zijn overeengekomen dat een korting op de aanneemsom wordt toegepast bij vertraging in de oplevering, door § 42 van de UAV 1989 van toepassing te verklaren op hun overeenkomst. De korting bedraagt € 7.500,00 per dag (bestek art. 01.02.42). Tussen partijen staat vast dat, op grond van de planning van 16 juni 2005, het werk opgeleverd had moeten worden op 3 februari 2006 en dat oplevering heeft plaatsgevonden op 6 juli 2006. Welling stelt dat de vertraging voor rekening van de Gemeente moet komen, om verschillende redenenen. Zij wijst voor de vertraging vijf oorzaken aan: (i) de discussie over de 18,45+ NAP breedplaatvloer, (ii) het niet tijdig verstrekken van informatie door de Gemeente ten aanzien van de dakbedekking, de strekmetalen plafonds en de aanrijdplaat, (iii) de vertraging in de sloop van een parkeergarage, (iv) de vertraging in het werk van de nevenaannemers en (v) het kerstreces. De Gemeente bestrijdt dat de vertraging voor haar rekening moet komen. De beoordeling betreft enerzijds de vraag of sprake is van een oorzaak die op grond van § 8 lid 5 van UAV 1989 voor rekening van Welling moet komen dan wel die Welling op grond van deze bepaling aanspraak geeft op termijnverlenging. Anderzijds betreft de beoordeling de vraag of sprake is van overmacht aan de zijde van Welling met betrekking tot de genoemde oorzaken, als bedoeld in § 42 lid 3 van de UAV 1989, waardoor geen korting opgelegd zou kunnen worden. Beide criteria liggen dicht bij elkaar en zullen hierna dan ook gezamenlijk worden beoordeeld. Beroep op matiging boete die in UAV 1989 is opgenomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl